G-Rekening
Per 1 oktober 2003 zijn aannemers/inleners eindelijk gevrijwaard van hun aansprakelijkheid voor de bedragen loonbelasting en sociale verzekeringspremies die zij storten op de G-rekening van hun onderaannemer/uitlener.
Als de onderaannemer (uitlener) de fiscus en het UWV niet de loonheffing en sociale verzekeringspremies betaalt over het werk dat zijn werknemers bij de hoofdaannemer (inlener) uitvoerden, is de hoofdaannemer voor het bedrag dat hij aantoonbaar op de geblokkeerde rekening (G-rekening) van zijn onderaannemer stortte, gevrijwaard.
De volle mep twee keer betalen, is voorbij. De nieuwe vrijwaringsregeling is opgenomen in de Wet keten aansprakelijkheid (WKA). Wel moeten partijen de stortingen op de G-rekening opnemen in de aanneemovereenkomst, wat men in de praktijk tot nu toe vaak vergeet. De vrijwaringsregeling geldt voor iedere opdrachtgever die een werk van stoffelijke aard uitbesteedt aan een opdrachtnemer. Bouwondernemers, installateurs, schilders, agrarische ondernemers, loonwerkers, hoveniers, de confectiesector, de detailhandel, de horeca, schoonmakers, stuwers van een schip, de industrie etc. Praktisch iedere opdrachtgever heeft daar in zijn afspraken met een opdrachtnemer mee te maken. De belastingdienst en het UWV zijn zelfs van mening dat het bezorgen van drukwerk 'aanneming van werk' is en de opdrachtnemer dus over een G-rekening moet beschikken. In de afgelopen jaren kon een hoofdaannemer zijn risico-aansprakelijkheid alleen beperken door de loonbelasting en premies die hij verschuldigd was over het werk van zijn onderaannemer te storten op de zogenaamde G-rekening van zijn opdrachtnemer. Hij had de plicht te controleren dat de G-rekening ook op naam van de onderaannemer staat en moest bepaalde administratieve voorschriften bij de storting correct uitvoeren. Maar de hoofdaannemer was niet wettelijk gevrijwaard van zijn aansprakelijkheden voor zijn betalingen op de G-rekening. Ging de onderaannemer bijvoorbeeld failliet en trokken de fiscus en UWV aan het kortste eind, dan moest de hoofdaannemer aantonen dat hij aan zijn administratieve verplichtingen had voldaan en dat zijn betalingen op de G-rekening ook door de belastingdienst en het UWV waren ontvangen.
Bij de afschaffing van de vergunningenplicht voor uitzenders in 1998 werd tevens het storten op de G-rekening voor inleners mogelijk gemaakt. Vanaf dat moment werden inleners die te goeder trouw handelden wettelijk gevrijwaard. Bij inlening van personeel gaat het om personeel van een ander dat wordt ingeleend om met behoud van de dienstbetrekking bij de uitlener 'onder leiding en toezicht van de inlener' werkzaamheden te verrichten voor die inlener. Voor aanneming van werk (verrichten van een werk van stoffelijke aard) werd in 1998 geen wettelijke vrijwaring voor de stortingen op de G-rekening ingevoerd, maar gaf de toenmalig staatssecretaris Vermeend goedkeuring aan de fiscus te handelen alsof. Daarmee was in de praktijk de hoofdaannemer ook voor zijn fiscale afdrachten op de G-rekening gevrijwaard. Alleen werd deze vrijwaring niet erkend door de bedrijfsverening, het tegenwoordige UWV, voor de premiestortingen door de hoofdaannemer.
Wijziging WKA
De ketenaansprakelijkheid is niet altijd van toepassing bij aanneming. Een hoofdaannemer is onder meer niet aansprakelijk voor de belastingschulden van zijn onderaannemer als alle werkzaamheden (meer dan 50 procent) plaatsvinden binnen de vestigingsplaats van de onderaannemer. Door die uitzondering grepen de fiscus en bedrijfsvereniging vaak mis bij de invordering van schulden ten name van naai-ateliers in de confectiesector die in opdracht van grootwinkelbedrijven immers op de eigen werkplek actief zijn.
Per 1 oktober 2003 is de WKA nu ook van toepassing verklaard op de confectiesector, maar is de sector uitgesloten van de vestigingsplaatsuitzondering. Voortaan zijn de opdrachtgevers en professionele kopers in de confectiesector altijd aansprakelijk jegens de fiscus en het U.W.V. voor de loonbelasting, sociale verzekeringspremies en btw met betrekking tot de opdrachten voor het vervaardigen van kleding en alle daarop gerichte handelingen, ook al heeft het confectieatelier een eigen werkplek. Gelijktijdig is in de WKA opgenomen dat opdrachtgevers/kopers die een deel van de koopsom (verschuldigde belastingen en premies) op de G-rekening van een opdrachtnemer storten, wettelijk zijn gevrijwaard van aansprakelijkheden als die opdrachtnemer zelf zijn verplichtingen tegenover fiscus en UWV niet nakomt.
Daarmee is de wettelijke vrijwaring van de hoofdaannemer voor zijn stortingen op de G-rekening zowel voor de fiscus als het UWV 'die reeds gold bij inlening' nu ook in alle sectoren van toepassing op aanneming van werk.
Indien men op de G-rekening stort moet men een aantal administratieve verplichtingen in acht nemen. Bij gebreke hiervan geldt de vrijwaring voor het gestorte bedrag niet. Een hoofdaannemer die werknemers van een onderaannemer inschakelt, moet van die werknemers de geboortedatum, sofinummer, naam, adres en woonplaats kennen. Hij moet tevens beschikken over een kopie van een geldig paspoort van de werknemer. In het kader van aanneming en inlening is het belangrijk in de aanneemovereenkomst te bedingen dat de hoofdaannemer/ opdrachtgever die gegevens in zijn administratie beschikbaar heeft. De Coördinatiewet Sociale Verzekeringen gaat ervan uit dat de inlener over die gegevens beschikt.


